ECLI:NL:GHSHE:2006:AW2517
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Feith
- Hendriks-Jansen
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake executoriaal derdenbeslag zonder overbetekening op AOW-uitkering
In deze zaak vordert appellant in kort geding de opheffing van een executoriaal derdenbeslag dat de gemeente heeft gelegd op zijn AOW-uitkering via de Sociale Verzekeringsbank (SVB), omdat de gemeente niet heeft voldaan aan de wettelijke eis tot overbetekening van het beslag. Het beslag werd gelegd op 18 mei 2004, maar de kennisgeving van de SVB werd pas op 14 maart 2005 voor gezien getekend en het bedrag van €20.649,27 werd diezelfde dag door de SVB aan de gemeente overgemaakt.
Appellant was bij de gemeente en de SVB niet met een woonadres bekend, maar wel met een postbusnummer. De gemeente heeft nagelaten het beslag aan appellant over te betekenen binnen de wettelijke termijn. Appellant stelt dat dit een reden is om het beslag op te heffen en de betaalde gelden terug te vorderen. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen echter af.
Het hof stelt vast dat de wetgever geen sanctie van nietigheid verbindt aan het niet overbetekenen van een beslag, maar dat de rechter wel kan besluiten tot opheffing of schorsing. Het hof oordeelt dat appellant geen belang heeft bij het opleggen van de uiterste sanctie van opheffing, omdat hij op de hoogte was van het beslag en de gemeente een rechtens vaststaande vordering op hem heeft. De gemeente heeft onvoldoende gemotiveerd waarom zij niet aan de overbetekeningseis heeft voldaan, maar het belang van de gemeente weegt zwaarder dan dat van appellant. Het hof compenseert de proceskosten en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot opheffing van het beslag en terugbetaling af, ondanks het ontbreken van overbetekening.