ECLI:NL:GHSHE:2006:AW2590
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Aarts
- Waaijers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over rechtsgeldigheid ontslag en aanspraak op FPU-uitkering
In deze zaak stond centraal of de werknemer, die op 30 augustus 2001 ontslag nam met het oog op een FPU-uitkering, recht had op deze uitkering ondanks een eerder verleend ontslag door de werkgever per 1 september 2001 wegens arbeidsongeschiktheid.
De werknemer was sinds 1999 ziek en kreeg een WAO-uitkering. ROC verleende hem eervol ontslag per 1 september 2001. De werknemer nam echter zelf ontslag per 30 augustus 2001 om in aanmerking te komen voor een FPU-uitkering, wat door ROC werd afgewezen. Het Fonds weigerde daarop de FPU-uitkering.
Het hof oordeelde dat het door de werknemer genomen ontslag een rechtsgeldige eenzijdige rechtshandeling is die het eerdere ontslag van de werkgever heeft ingehaald. Hoewel het ontslag onregelmatig was vanwege niet-naleving van de opzegtermijn, heeft dit niet de rechtsgeldigheid aangetast. Hierdoor is de werknemer gerechtigd tot de FPU-uitkering vanaf 1 september 2001. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde het Fonds tot betaling van de FPU-uitkeringen en proceskosten.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het ontslag per 30 augustus 2001 rechtsgeldig is en veroordeelt het Fonds tot betaling van de FPU-uitkering vanaf 1 september 2001.