ECLI:NL:GHSHE:2006:AW2881
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.W. de Ruijter
- C.R.L.R.M. Ficq
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nihil wederrechtelijk verkregen voordeel na civielrechtelijke veroordeling
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de rechtbank Roermond betreffende de vaststelling van wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde was eerder onherroepelijk veroordeeld voor onder meer verduistering, diefstal door middel van braak en opzetheling.
De advocaat-generaal vorderde een bedrag van 25.902,83 euro aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Echter stelde het hof vast dat de veroordeelde reeds civielrechtelijk onherroepelijk was veroordeeld tot betaling van 611.000 euro voor één van de strafbare feiten die ten grondslag liggen aan de strafvordering.
Het hof oordeelde dat dit civielrechtelijke bedrag niet alleen in mindering mag worden gebracht op het voordeel van het specifieke feit waarop die veroordeling ziet, maar op het totale voordeel. Dit voorkomt dat de Staat concurreert met benadeelde derden. Gezien de omvang van het civielrechtelijke bedrag stelde het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil vast.
Het vonnis waarvan beroep werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht conform artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Het hof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil, rekening houdend met de civielrechtelijke veroordeling van 611.000 euro.