ECLI:NL:GHSHE:2006:AW4127
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering man tot verrekening huishoudkosten na echtscheiding
Het geschil betreft de financiële afwikkeling van het huwelijk tussen de man en vrouw, waarbij de man vordert dat de vrouw een bedrag van circa €98.562,- betaalt wegens vermeende onvoldoende bijdrage aan de huishoudkosten. Het hof stelt vast dat partijen gehuwd waren onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van inkomens uit de gemeenschap van goederen.
De man baseert zijn vordering op artikel 3 van Pro de huwelijkse voorwaarden en artikel 1:84 BW Pro, stellende dat hij nagenoeg alle huishoudkosten heeft gedragen. De vrouw betwist dit en voert aan dat zij het financiële bestuur voerde, maar dat er geen sprake is van overlaten van bestuur. Het hof oordeelt dat het enkele feit dat de vrouw de meeste financiële zaken regelde onvoldoende is om bestuursoverdracht aan te nemen.
Voorts overweegt het hof dat de man zijn vordering pas ruim 2,5 jaar na indiening van het verzoek tot echtscheiding heeft ingediend, waardoor rechtsverwerking aan de orde is. Door het ontbreken van een administratie en het tijdsverloop kan de bijdrageplicht niet meer betrouwbaar worden vastgesteld. De vordering wordt daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, met compensatie van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de man tot verrekening van huishoudkosten wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.