ECLI:NL:GHSHE:2006:AW7407
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Teeffelen
- Brandenburg
- Walstock
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake gezagsuitoefening en voogdij na overlijden moeder en detentie vader
De zaak betreft een hoger beroep van de vader van een minderjarige, die in voorlopige hechtenis zit als verdachte van de dood van de moeder van het kind. De rechtbank had de stichting belast met de voogdij over de minderjarige, omdat de vader in detentie zou zijn en daardoor het gezag niet kon uitoefenen.
De vader betwistte dit en stelde dat detentie op zich niet betekent dat hij het gezag niet kan uitoefenen, zeker omdat hij verwacht vrijgesproken te worden. Hij verzocht om het gezag te krijgen en dat zijn zus en haar man als pleeggezin zouden fungeren. De Raad voor de Kinderbescherming wilde dat de stichting voogdij bleef houden.
Het hof oordeelde dat de stelling dat detentie automatisch onmogelijkheid tot gezagsuitoefening betekent onjuist is. Ook was de verblijfplaats van de vader bekend en was er geen sprake van een definitieve veroordeling. Daarom was artikel 1:253r BW niet van toepassing en moest de beschikking van de rechtbank worden vernietigd. Het verzoek van de raad werd afgewezen. Het hof wees erop dat bij een eventuele vrijspraak nader onderzoek naar de opvoedingscapaciteit van de vader nodig zou zijn.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de raad tot gezagsvoorziening af.