ECLI:NL:GHSHE:2006:AW7417
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Draijer-Udo
- Smeenk-van der Weijden
- Van Griensven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming erkenning en omgangsregeling vader met kind
Uit een affectieve relatie tussen de man en de vrouw is op 17 mei 2003 een kind geboren. De vrouw beëindigde de relatie in februari 2003 en is van rechtswege belast met het gezag over het kind. De rechtbank wees het verzoek van de man om vervangende toestemming tot erkenning af en verklaarde hem niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling.
Het hof constateerde dat er sprake is van family-life tussen de man en het kind, waardoor de man recht heeft op bescherming op grond van artikel 8 EVRM Pro en ontvankelijk is in zijn verzoek om omgang. Echter, het hof paste het zwaardere criterium van artikel 1:377a BW toe, waarbij omgang wordt afgewezen indien dit ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind.
Op basis van een uitgebreid onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming en de verklaringen van partijen concludeerde het hof dat toewijzing van de verzoeken de belangen van de moeder en het kind zou schaden. De man vertoont problematisch gedrag dat leidt tot een onveilige situatie en een verstoorde communicatie tussen partijen, wat de ontwikkeling van het kind in gevaar brengt.
Daarom werden de verzoeken van de man tot vervangende toestemming tot erkenning en tot omgang met het kind afgewezen. De bestreden beschikkingen van de rechtbank werden bekrachtigd.
Uitkomst: Verzoeken van de man tot vervangende toestemming tot erkenning en omgang met het kind worden afgewezen wegens ernstig nadeel voor het kind en de moeder.