ECLI:NL:GHSHE:2006:AW9619
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Voorkeursrecht huurder bij verkoop appartementsrecht na splitsing pand
In deze zaak stond centraal of de huurder aanspraak kon maken op het voorkeursrecht zoals omschreven in artikel 9 van Pro de huurovereenkomst tussen de oorspronkelijke verhuurder en huurder, en wat de omvang daarvan was na splitsing van het pand in appartementsrechten.
De huurovereenkomst was in 1986 gesloten en in 1989 overgenomen door de geïntimeerde. Na het overlijden van de oorspronkelijke verhuurder werd het pand gesplitst in een benedenverdieping (bedrijfsruimte) en een bovenwoning. De benedenverdieping werd verkocht aan de zoon van de eigenaresse. De huurder stelde dat hij het voorkeursrecht had en dat de verhuurder dit had geschonden door de verkoop zonder hem aan te bieden.
Het hof oordeelde dat het voorkeursrecht deel uitmaakt van de huurovereenkomst met de geïntimeerde en dat dit recht ook na splitsing van het pand blijft gelden. Wel geldt het voorkeursrecht slechts voor het appartementsrecht waarop het betrekking heeft. Het hof vernietigde het tussenvonnis voor zover het de verklaring voor recht betrof, en verklaarde dat de verhuurder tekort is geschoten door het appartementsrecht van de bedrijfsruimte niet aan de huurder aan te bieden. Tevens werd bevestigd dat het voorkeursrecht ook geldt voor het appartement op de bovenverdieping, maar alleen bij voorgenomen verkoop daarvan.
Uitkomst: Het hof verklaart dat het voorkeursrecht van de huurder blijft gelden na splitsing en dat de verhuurder tekort is geschoten door het appartementsrecht van de bedrijfsruimte niet aan de huurder aan te bieden.