ECLI:NL:GHSHE:2006:AY0416
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Groot-van Dijken
- Pellis
- De Kok
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid en vrijwaringsvordering in internationaal transportgeschil
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen verschillende verzekeraars en transportbedrijven over aansprakelijkheid en vrijwaring in verband met een verkeersongeval op 26 april 1996. Het hof heeft in een tussenarrest geoordeeld dat de aansprakelijkheid van appellanten sub 2 en TVM jegens Aegon cs op grond van de onrechtmatige daad naar Frans recht is vastgesteld, waarbij de loi Badinter niet van toepassing is.
De resterende vraag betreft de vrijwaringsvordering van appellanten sub 2 en TVM tegen transportbedrijf X. Het hof heeft alle grieven van transportbedrijf X tegen Aegon cs behandeld en verworpen, met uitzondering van de vierde grief tegen de proceskostenveroordeling. De verdere beoordeling van de vrijwaringsvordering is aangehouden en voorgelegd aan het I.J.I.
Het hof vraagt het I.J.I om advies over de toepasselijkheid van het Verdrag verkeersongevallen en de loi Badinter, de relevante Franse rechtsregels, de gevolgen van de aansprakelijkheid van appellanten sub 2 en TVM jegens de belanghebbenden bij de lading, en de invloed van het CMR-verdrag op de aansprakelijkheid van transportbedrijf X. De uitspraak is aangehouden tot ontvangst van het advies, waarna de zaak zal worden voortgezet.
Uitkomst: De uitspraak is aangehouden en de zaak is voorgelegd aan het I.J.I voor advies over de toepasselijke rechtsregels.