ECLI:NL:GHSHE:2006:AY0420
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn Hendriks-Jansen
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis rechtbank Breda inzake schadevergoeding voor gereserveerd pootgoed
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of appellante de schade van geïntimeerde moest vergoeden wegens het niet afnemen van gereserveerd pootgoed. De rechtbank Breda had eerder geoordeeld dat appellante de eisen van redelijkheid en billijkheid had geschonden en veroordeelde haar tot vergoeding van de schade, inclusief bewaarkosten, minus de opbrengst van door geïntimeerde aan derden verkochte pootgoed.
Appellante voerde in hoger beroep meerdere grieven aan, waaronder dat de rechtbank ten onrechte het handelen van geïntimeerde niet had betrokken bij de beoordeling van de precontractuele goede trouw en dat de bewaarkosten onterecht waren meegenomen. Het hof oordeelde dat deze grieven in feite betrekking hadden op eerdere tussenvonnissen die reeds onherroepelijk waren geworden en dat appellante niet opnieuw tegen deze beslissingen kon appelleren.
De deskundigenrapporten en eerdere vonnissen werden bevestigd, waarbij het hof het oordeel van de rechtbank steunde dat de bewaarkosten terecht in de schadevergoeding waren meegenomen. Ook de omvang van de schade, gebaseerd op de hoeveelheid en kwaliteit van het gereserveerde pootgoed, werd niet betwist in het eerste hoger beroep en kon derhalve niet opnieuw aan de orde worden gesteld.
Uiteindelijk verwierp het hof alle grieven van appellante en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Breda. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Breda en veroordeelt appellante tot betaling van schadevergoeding en kosten.