ECLI:NL:GHSHE:2006:AY0423
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- De Groot-Van Dijken
- Huijbers-Koopman
- De Klerk-Leenen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake beslaglegging op gelden bij herziening bijstandsuitkering
Appellant, die jarenlang een bijstandsuitkering ontving, kreeg deze per 1 maart 2005 ingetrokken na een onderzoek van de sociale recherche waarbij geld en goederen in zijn woning in beslag werden genomen. De gemeente legde conservatoir en later executoriaal beslag op een bedrag van €100.000, dat zij ontving van de officier van justitie. Appellant stelde dat het geld niet aan hem toebehoorde, maar aan zijn kinderen, en vorderde in kort geding opheffing van het beslag.
De voorzieningenrechter wees de vordering af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het geld niet aan hem toebehoorde. In hoger beroep handhaafde het hof dit oordeel. Het hof oordeelde dat het feit dat het geld in de woning van appellant werd aangetroffen in kasten en kluizen waar alleen hij de sleutel van had, en dat bankrekeningen op zijn naam stonden, voorshands aannemelijk maakt dat hij over het geld kon beschikken.
Appellant voerde aan dat hij slechts beheerder was van het geld van zijn kinderen binnen het Hindoestaanse joint family system, ondersteund door een rapport van dr. Mungra. Het hof vond dit niet overtuigend omdat het rapport zelf het gemeenschappelijk eigendom benadrukte en niet aannemelijk maakte dat appellant geen eigenaar was. De grief faalde en het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter, met veroordeling van appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en handhaaft het beslag op de gelden, waarbij appellant in de proceskosten wordt veroordeeld.