ECLI:NL:GHSHE:2006:AY6479
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Hendriks-Jansen
- Fikkers
- Werker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bevoegdheid Ontvanger tot conservatoir beslaglegging en dwangbevel bij invordering omzetbelasting
In deze civiele zaak staat centraal de bevoegdheid van de Ontvanger van de Belastingdienst om conservatoir beslag te leggen en een dwangbevel uit te vaardigen ter invordering van een aanslag omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2000.
Appellante, een besloten vennootschap, was het niet eens met de invorderingsmaatregelen en stelde dat de Ontvanger onrechtmatig had gehandeld door conservatoir beslag te leggen terwijl een dwangbevel en aanslag reeds waren opgelegd en er een verzet ex art. 17 Invorderingswet Pro was ingesteld. Tevens voerde zij aan dat de aanslag door verrekening was voldaan en dat de Ontvanger niet had mogen afwijken van het fiscale invorderingstraject.
Het hof overweegt dat de Ontvanger gebonden is aan de beginselen van behoorlijk bestuur, maar dat een afwijking van de ingeslagen fiscale weg naar civielrechtelijke invorderingsmaatregelen niet per se onrechtmatig is. Het hof stelt dat de Ontvanger bevoegd was conservatoir beslag te leggen op grond van art. 3 lid 2 Invorderingswet Pro en dat het verzet tegen het dwangbevel niet gegrond is. De stelling dat het beslag misbruik van bevoegdheid zou zijn, wordt verworpen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het dwangbevel buiten werking werd gesteld en veroordeelt appellante in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt de bevoegdheid van de Ontvanger tot conservatoir beslaglegging en vernietigt het vonnis dat het dwangbevel buiten werking stelde, waarbij het verzet van appellante wordt afgewezen.