ECLI:NL:GHSHE:2006:AY7883
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Grapperhaus
- Waaijers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag op staande voet ondanks gebruikelijk privégebruik materialen met voornemen tot betaling
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een ontslag op staande voet van werknemer [Y.] door werkgever [X.] Aannemersbedrijf BV. De werknemer gebruikte materialen en arbeid van het bedrijf voor de bouw van een carport bij zijn woning. Er bestond een regeling binnen het bedrijf waarbij werknemers materialen konden afnemen tegen inlevering van overuren of vrije dagen, een regeling die na 1998 grotendeels was afgeschaft maar incidenteel bleef bestaan.
De werknemer voerde tegenbewijs aan dat zijn gebruik van materialen en arbeid conform het bestaande gebruik was en dat hij het voornemen had deze te betalen. Diverse getuigen bevestigden het bestaan van deze regeling en het gebruik ervan, waarbij vooral de verklaring van bedrijfsleider [F.] doorslaggevend werd geacht. Hoewel het ontslag op staande voet werd bevestigd wegens het meenemen van materialen en gebruik van arbeid, oordeelde het hof dat deze gedragingen niet zodanig ernstig waren dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst redelijkerwijs niet kon worden verlangd.
Het hof hield ook rekening met de lange diensttijd en leeftijd van de werknemer, waardoor het ontslag hem persoonlijk zwaar zou treffen. Het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd, en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt bekrachtigd ondanks bestaand gebruik en voornemen tot betaling van materialen en arbeid.