ECLI:NL:GHSHE:2006:AY7887
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster
- Waaijers
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vermeende verduistering en ontslag werknemer bij levensmiddelenbedrijf
Werknemer [X.] werd beschuldigd van verduistering van €750 uit de kassa van een levensmiddelenbedrijf. Tijdens een gesprek met meerdere leidinggevenden ondertekende zij in emotionele toestand een bekentenis en een verklaring van vrijwillig ontslag. Zij stelde dat deze verklaringen onder wilsgebrek en misbruik van omstandigheden tot stand kwamen.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever voldoende bewijs had geleverd voor de verduistering en wees de vorderingen van de werknemer af. In hoger beroep oordeelde het hof dat de verklaringen onder druk waren afgelegd en daarom vernietigbaar, maar dat het onaanvaardbaar zou zijn om zich daarop te beroepen als de verduistering bewezen zou worden.
Het hof vond dat de werkgever niet voldoende bewijs had geleverd dat de werknemer de verduistering had gepleegd, mede omdat tests aantoonden dat de handelingen fysiek moeilijk uitvoerbaar waren binnen de gegeven tijd. Het hof liet de werkgever toe alsnog bewijs te leveren en bepaalde dat getuigen zullen worden gehoord onder leiding van een raadsheer-commissaris. De zaak werd aangehouden voor verdere bewijslevering.
Uitkomst: Hof oordeelt dat bekentenis onder druk is afgelegd en laat werkgever toe bewijs te leveren van verduistering; verdere beslissing aangehouden.