ECLI:NL:GHSHE:2006:AY9566
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van huurrelatie ondanks stelling schijnhandeling in kort geding
In deze zaak huurt [X.] sinds 1984 een woning en woont [Y.] sinds november 2004 bij haar in. Op 8 november 2004 tekenden zij een onderhandse akte waarin [X.] verklaart aan [Y.] een kamer te verhuren voor € 200 per maand. [X.] vordert in kort geding ontruiming van [Y.], maar de voorzieningenrechter wijst dit af.
[X.] stelt in hoger beroep dat de akte een schijnhandeling is, bedoeld om [Y.] in staat te stellen een uitkering aan te vragen, en dat geen huur is betaald. Het hof overweegt dat in kort geding geen plaats is voor tegenbewijs en dat de onderhandse akte dwingend bewijs levert van de huurovereenkomst. De stelling van schijnhandeling wordt niet voorshands aannemelijk gemaakt.
Het hof bevestigt dat er een huurrelatie bestaat en dat [Y.] niet zonder recht of titel de kamer gebruikt. De vorderingen tot ontruiming worden afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd. [X.] wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vordering tot ontruiming af.