ECLI:NL:GHSHE:2006:AY9619
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verval van instantie wegens niet verrichte proceshandeling binnen twaalf maanden
In deze civiele procedure in hoger beroep tussen appellant en de gemeente Roosendaal heeft het hof het incident tot verval van instantie behandeld. Appellant had nagelaten een proceshandeling te verrichten waarvoor de zaak stond, gedurende een periode van meer dan twaalf maanden. De gemeente heeft daarop een incidentele vordering tot verval van instantie ingesteld.
Het hof heeft vastgesteld dat aan de vereisten van artikel 251 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet was voldaan, waardoor de vordering tot verval van instantie toewijsbaar was. Door het verval van instantie worden partijen geacht te zijn hersteld in de toestand alsof het hoger beroep niet was ingesteld, waardoor de vonnissen van de rechtbank Breda kracht van gewijsde krijgen.
Daarnaast heeft het hof op grond van artikel 252 lid 2 Rv Pro appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten aan de zijde van de gemeente zijn begroot op € 744,42. Het arrest is gewezen door de kamer van het gerechtshof en uitgesproken op 6 juni 2006.
Uitkomst: Verval van instantie toegewezen wegens niet verrichte proceshandeling binnen twaalf maanden en appellant veroordeeld in proceskosten.