ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ0104
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Bewijswaardering en omvang van huur- en gebruiksovereenkomst tussen partijen
In deze civiele zaak stond de omvang van een (onder)huurovereenkomst tussen partijen centraal. Appellant [X.] vorderde betaling van een bedrag dat hij meende te kunnen verhalen op geïntimeerde [Y.] wegens huur, geleverde diensten en verhuur van een vrachtwagen met chauffeur. De rechtbank had de vorderingen van [Y.] toegewezen en de tegenvorderingen van [X.] afgewezen.
In hoger beroep stelde [X.] dat hij een hogere tegenvordering had wegens een mondelinge huurovereenkomst voor circa 250 m2 bedrijfsruimte, inclusief vergoeding voor laad- en loswerkzaamheden en vrachtwagenverhuur. Het hof onderzocht de bewijsvoering, waaronder getuigenverklaringen van betrokkenen en de geloofwaardigheid van de verklaringen.
Het hof oordeelde dat niet is komen vast te staan dat [X.] en [Y.] een mondelinge huurovereenkomst voor de genoemde oppervlakte en vergoeding hadden gesloten. Ook was onvoldoende bewijs voor een vergoeding voor de werkzaamheden en vrachtwagenverhuur. De verklaringen van getuigen en appellant waren deels tegenstrijdig of ongeloofwaardig.
Daarom werden de grieven van appellant verworpen en het vonnis van 2 februari 2005 bekrachtigd. [X.] werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende bewijs van de huurovereenkomst en vergoeding.