ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ0397
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- De Groot-Van Dijken
- De Kok
- Rechtspraak.nl
Geen geldigheid van borgstelling zonder maximumbedrag bij onbepaalde schuld
In deze zaak stond centraal of een borgstelling door particuliere borgen rechtsgeldig was zonder dat in de overeenkomst een maximumbedrag was opgenomen. De borgen hadden een borgstelling afgegeven voor de verplichtingen van hun dochter en diens partner, die onderhuurden bij Creve Drinks en achterstallig waren in hun betalingen.
De rechtbank had de vordering van Creve Drinks afgewezen omdat de borgstelling niet was komen vast te staan en bovendien niet voldeed aan artikel 7:858 lid 1 BW Pro, dat vereist dat bij onbepaalde hoofdsom een maximumbedrag in de borgstelling moet worden opgenomen. Creve Drinks ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank. Omdat de omvang van de schuld van de hoofdschuldenaren op het moment van het aangaan van de borgtocht niet vaststond en geen maximumbedrag in de borgstelling was opgenomen, had de borgstelling geen rechtsgeldige werking. De vordering werd daarom afgewezen en Creve Drinks werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van Creve Drinks wordt afgewezen wegens het ontbreken van een maximumbedrag in de borgstelling.