ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ0514
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Grapperhaus
- De Wolff
- Rechtspraak.nl
Uitleg winstdelingsovereenkomst en winstverwachting bij beëindiging arbeidsrelatie directeur projectontwikkeling
De zaak betreft een geschil over de uitleg en toepassing van een winstdelingsovereenkomst tussen [X.], directeur projectontwikkeling, en Holding [Y.], waarbij het hof de betekenis van winstverwachting en de wijze van verrekening bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft beoordeeld.
Het hof oordeelt dat het begrip winstverwachting in de overeenkomst moet worden uitgelegd conform het gebruik in de branche, waarbij een conservatieve benadering geldt die rekening houdt met onzekerheden en toekomstige verwachtingen. De deskundigen hebben vastgesteld dat binnen Holding [Y.] geen eenduidig systeem bestond voor het bepalen van winstverwachtingen, waardoor zij een rubricering toepasten om projecten te waarderen.
Verder stelt het hof vast dat artikel 2 van Pro de overeenkomst ook na beëindiging van de samenwerking van toepassing is voor de verrekening van winstaandeel, en dat de kantonrechter terecht de contante waarde van winstverwachtingen per 1 april 1999 heeft laten bepalen. Het hof wijst op de noodzaak van nadere bewijslevering voor enkele projecten waar onduidelijkheid bestaat over de ontwikkelingsstatus en winstverwachting.
De zaak wordt verwezen naar een verdere rol voor nadere processtukken en bewijslevering, met tussentijdse cassatiemogelijkheid. Alle overige beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof bevestigt toepassing van artikel 2 na beëindiging en verwijst de zaak voor nadere bewijslevering over winstverwachting en projectstatus.