ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ0591
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk- van der Weijden
- Bijleveld- van der Slikke
- Van Arkel- van Gasselt
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter inzake omgangsregeling en gezag minderjarige met verblijfplaats Spanje
De vader heeft bij de kantonrechter een verzoek ingediend tot vaststelling van gezagsuitoefening en een voorlopige omgangsregeling voor zijn minderjarige kind, dat sinds medio 2004 met de moeder in Spanje verblijft. De rechtbank stelde een omgangsregeling vast voor de zomervakantie van 2006, maar hield de beslissing over het gezag aan.
De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing en voerde aan dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was omdat het kind zijn gewone verblijfplaats in Spanje heeft. Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter inderdaad niet bevoegd is op grond van Brussel II-bis, omdat het kind al sinds juli/augustus 2004 in Spanje woont en geen sprake is van een kenbare verhuizing zoals door de kantonrechter gesteld.
Het hof verwierp het beroep van de vader op de artikelen 9 en 10 van Brussel II-bis, omdat er geen sprake is van een ongeoorloofde overbrenging en de Nederlandse rechter geen voorlopige maatregelen kan treffen terwijl het kind zich niet in Nederland bevindt. De eerdere beschikking van de kantonrechter werd vernietigd en de Nederlandse rechter werd onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het verzoek tot omgangsregeling.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is onbevoegd om te beslissen over het verzoek tot omgangsregeling omdat het kind zijn gewone verblijfplaats in Spanje heeft.