ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ0599
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Zinnen
- Smeenk-van der Weijden
- Smit
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake rekening en verantwoording curator en benoeming bijzonder curator
In deze civiele zaak in hoger beroep stond de vraag centraal of de rekening en verantwoording van een gewezen curator over de jaren 1999 en 2000 deugdelijk was afgelegd aan de opvolgend curator van een onder curatele gestelde zoon. De vrouw had tevens verzocht om de benoeming van een bijzonder curator wegens vermeende belangenverstrengeling.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 1:385 lid 1 BW Pro en artikel 1:374 lid 2 BW Pro alleen geschillen tussen de gewezen en de nieuwe curator door de rechter kunnen worden beslecht. Aangezien er geen geschillen bestonden tussen deze curatoren over de jaren 1999 en 2000, maar slechts tussen de vrouw en de curatoren, was benoeming van een bijzonder curator niet noodzakelijk.
Verder werd vastgesteld dat de rekening en verantwoording over genoemde jaren niet eerder deugdelijk was afgelegd. De man heeft daarop alsnog een schriftelijk rapport met bewijsstukken ingediend, welke na nadere behandeling en inzage door partijen door het hof als deugdelijk werd verklaard.
De eerdere beschikkingen van de rechtbank werden vernietigd voor zover zij de jaren 1999 en 2000 niet in de rekening en verantwoording betrokken, en voor het overige bekrachtigd. De verzoeken van de vrouw tot benoeming van een bijzonder curator en een financieel deskundige werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof verklaart de rekening en verantwoording over 1999 en 2000 deugdelijk en wijst het verzoek tot benoeming van een bijzonder curator af.