ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ0868
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling huwelijksgoederengemeenschap en levensverzekering na echtscheiding
Partijen zijn in 1955 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en zijn in 1995 gescheiden waarbij een echtscheidingsconvenant uit 1993 de boedelverdeling regelde. De vrouw vorderde betaling van een bedrag uit een levensverzekering die niet in de boedelverdeling was betrokken, omdat de man deze polis zou hebben verzwegen.
De rechtbank wees de vordering grotendeels toe, maar het hof vernietigt dit oordeel omdat niet is komen vast te staan dat de man de polis opzettelijk heeft verzwegen. De vrouw droeg de bewijslast voor opzettelijke verzwijging, maar kon dit niet aantonen.
Het hof oordeelt dat de man de helft van de waarde van de polis moet betalen, omdat de verzekering voor 4/5 deel was verstreken en de vrouw niet incidenteel tegen het eerdere oordeel had geappelleerd. Het hof bepaalt dat elke partij de eigen proceskosten draagt en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de waarde van de levensverzekering aan de vrouw, met wettelijke rente vanaf 6 december 2000.