ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ0882

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C200500942
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Koster-Vaags
  • Aarts
  • Spoor
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Appellant niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep loonvordering

In deze zaak vorderde appellant betaling van loon vanaf 18 november 2002 tot het einde van de dienstbetrekking, vermeerderd met wettelijke verhoging, vakantiegeld en rente. Het hoger beroep werd ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter, maar appellant heeft in de appeldagvaarding geen gronden van het hoger beroep vermeld en heeft ook daarna geen grieven ingediend.

Het hof heeft daarom appellant niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Tevens is appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, die aan de zijde van geïntimeerde zijn begroot op € 244,- aan verschotten.

De uitspraak werd gedaan door het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 12 september 2006, waarbij het hoger beroep van appellant werd afgewezen wegens procedurele tekortkomingen.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

C0500942/HE
ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,
achtste kamer, van 12 september 2006,
gewezen in de zaak van:
[X.],
wonende te [woonplaats],
appellant bij exploot van dagvaarding van 29 juni 2005,
procureur: aanvankelijk mr K.C.L.J. Verhoeven, thans gedesisteerd,
tegen:
[Y.],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde bij gemeld exploot,
procureur: mr A.J. Aldenhoven,
op het hoger beroep van het door de Rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch, op
31 maart 2005 onder rolnummer 3283-03 en zaaknummer 298648 gewezen vonnis tussen eiser - [X.] - als eiser en geïntimeerde – [Y.] - als gedaagde.
1. Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar het tussenvonnis van de kantonrechter van 9 september 2004 en naar het eindvonnis waarvan beroep.
2. Het geding in hoger beroep
In de appeldagvaarding wordt gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en [Y.] zal veroordelen tot betaling aan [X.] van, kort gezegd, diens loon vanaf 18 november 2002 tot aan de dag waarop de dienstbetrekking rechtsgeldig tot een einde zal zijn gekomen, vermeerderd met de wettelijke verhoging, vakantiegeld en wettelijke rente.
De procureur van [X.] is gedesisteerd.
[X.] heeft ook na peremptoir stelling niet van grieven gediend, waarvan akte is verleend aan [Y.].
[Y.] heeft vervolgens zijn procesdossier overgelegd en arrest verzocht.
3. De beoordeling
Aangezien in de namens [X.] uitgebrachte appeldagvaarding de gronden van het hoger beroep niet zijn vermeld en [X.] evenmin nadien van grieven heeft gediend, wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
[X.] wordt verwezen in de kosten van het hoger beroep gevallen aan de zijde van [Y.].
4. De beslissing:
het hof:
verklaart [X.] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep;
veroordeelt [X.] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten aan de zijde van [Y.] tot de dag van deze uitspraak worden begroot op € 244,- terzake verschotten.
Dit arrest is gewezen door mrs. Koster-Vaags, Aarts en Spoor en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 12 september 2006.