ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ0927
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Aarts
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Arbeidsduurverkorting na zwangerschap geweigerd zonder regeling, arbeidsovereenkomst niet beëindigd
De werkneemster, sinds 1999 in dienst als secretaresse met een 40-urige werkweek, vroeg in 2003 om arbeidsduurverkorting vanwege zwangerschap en zorg voor haar kind. De werkgever wees dit verzoek af en probeerde haar te ontslaan, maar de CWI weigerde toestemming. De werkneemster hervatte haar werk niet volledig, waarop de werkgever haar op staande voet ontsloeg.
De kantonrechter oordeelde dat er geen dringende reden was voor ontslag op staande voet en dat geen geldige beëindigingsovereenkomst was gesloten. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat de werkgever geen regeling had getroffen zoals vereist door de Wet Aanpassing Arbeidsduur. De werkneemster had niet ondubbelzinnig ingestemd met beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
Het hof oordeelde verder dat het niet verschijnen van de werkneemster op een werkdag geen dringende reden vormde voor ontslag, mede omdat de werkgever onvoldoende bedrijfsbelangen had aangetoond die het verzoek tot arbeidsduurverkorting onmogelijk maakten. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de arbeidsovereenkomst niet is beëindigd en het ontslag op staande voet onterecht is.