ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ1418
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Grapperhaus
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Ontslaguitspraak over woedende ontslagverklaring werknemer niet rechtsgeldig
De werknemer [A.] werkte sinds 1 november 1999 als barmedewerker bij De Gijsbrecht VOF. Op 22 december 2001 vroeg hij privé een voorschot op zijn salaris, waarop hij boos reageerde met de woorden 'Ik neem mijn ontslag'. De werkgever begreep dit als een rechtsgeldige opzegging, maar het hof oordeelde dat deze uiting niet zonder meer als zodanig mag worden opgevat.
De kantonrechter had al geoordeeld dat de werkgever onvoldoende bewijs leverde dat de werknemer ondubbelzinnig en uitdrukkelijk ontslag wilde nemen. Ook het hof bevestigde dit oordeel en wees erop dat de werkgever niet had aangetoond dat de werknemer na 22 december 2001 niet op zijn werktijden was verschenen. Daarnaast was onduidelijk of het salaris van december 2001 al was betaald, maar het hof vond het bewijs daarvoor onvoldoende en bevestigde de eerdere beslissing dat het loon nog verschuldigd was.
De werkgever had ook aangevoerd dat disfunctioneren een rol speelde, maar het hof stelde dat dit niet relevant was voor de vraag of sprake was van een rechtsgeldige opzegging door de werknemer. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de werkgever in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het woedende ontslag van de werknemer niet rechtsgeldig is en veroordeelt de werkgever tot betaling van achterstallig loon en proceskosten.