ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ1889
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Waaijers
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot affinanciering van pensioen bij tussentijdse beëindiging dienstverband in streefregeling
De zaak betreft een hoger beroep van [X.] tegen het vonnis van de kantonrechter waarin zijn vorderingen tot prijscompensatie en affinanciering van pensioen werden afgewezen. [X.] was sinds 1988 in dienst en had een pensioenvoorziening via een pensioenbrief van 1999, die een streefregeling met kapitaalverzekering bevatte.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of [Y.] gehouden was tot affinanciering van de pensioenrechten bij tussentijdse beëindiging van het dienstverband. Het hof stelde vast dat de pensioenbrief een beoogde eindloonregeling betreft, waarbij de aanspraken tijdsevenredig worden opgebouwd en dat de werkgever verplicht is tot volledige financiering van deze aanspraken, ook over de periode vóór 1997.
Het hof verwierp het verweer van [Y.] dat zij niet gehouden zou zijn tot aanvullende financiering, ook gelet op het feit dat [X.] zelf het beleggingsprofiel wijzigde. Wel werd geoordeeld dat de werkgever niet gehouden is tot financiering van de gevolgen van die wijziging bij tussentijdse beëindiging.
De vordering tot prijscompensatie werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van een verworven recht. Het hof stelde partijen in de gelegenheid om nadere berekeningen en documenten in te brengen zodat de exacte omvang van de affinancieringsverplichting kan worden vastgesteld.
De uitspraak bevestigt de verplichting van de werkgever tot volledige financiering van de tijdsevenredige pensioenaanspraken bij tussentijdse beëindiging, los van een vergoeding naar billijkheid bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Uitkomst: De werkgever is gehouden tot affinanciering van de tijdsevenredige pensioenaanspraak bij tussentijdse beëindiging van het dienstverband, met nadere berekening van de omvang.