ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ2627
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek verwervingskosten en buitengewone lasten in inkomstenbelasting 2000
De belanghebbende was in 2000 werkzaam als onderhoudsmonteur en diende een bezwaar in tegen de aanslag inkomstenbelasting over dat jaar. Hij vorderde onder meer aftrek van hogere verwervingskosten, aftrek van buitengewone lasten voor levensonderhoud van zijn kinderen, en aftrek van proceskosten.
Het Hof overwoog dat de Inspecteur de aftrek van kosten op grond van artikel 37 Wet Pro IB 1964 correct had vastgesteld op fl. 3.538,=. De belanghebbende had onvoldoende bewijs geleverd voor een hoger bedrag. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan aannemelijkheid.
Ten aanzien van de buitengewone lasten voor zijn zoon en dochter oordeelde het Hof dat de zoon recht had op studiefinanciering en de dochter te oud was, waardoor aftrek niet mogelijk was. De proceskosten werden niet erkend omdat niet aannemelijk was gemaakt dat deze in het jaar 2000 waren betaald.
Het beroep werd ongegrond verklaard, schadevergoeding afgewezen en geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2000 is ongegrond verklaard.