ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ3332
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- Venhuizen
- Keizer
- Struik
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over opheffing conservatoire beslagen en bankgarantie bij koop aandelen DBU Holding
In deze zaak staat centraal de koopovereenkomst van aandelen in DBU Holding B.V. tussen Gédébé Holding en Dalkia, waarbij een vaste en een flexibel deel van de koopsom zijn overeengekomen, gekoppeld aan de EBIT van de DBU Groep over diverse jaren.
Na beëindiging van een managementovereenkomst tussen partijen ontstond een geschil over de betaling van het flexibele deel van de koopsom en de resultaatsgarantie. Dalkia legde conservatoire beslagen op diverse goederen en bankrekeningen van Gédébé Holding en [appellant sub 2]. Gédébé Holding vorderde opheffing van deze beslagen en teruggave van een bankgarantie die was gesteld ter opheffing van beslag op een zeiljacht.
De voorzieningenrechter had de beslagen deels opgeheven en Dalkia veroordeeld tot teruggave van de bankgarantie. Het hof oordeelt dat het beslagbedrag moet worden aangepast naar €4,1 miljoen in verband met correcties op de EBIT 2002. Tevens vernietigt het hof het vonnis voor zover Dalkia is veroordeeld de bankgarantie terug te geven, omdat de garantie pas uitkeert bij een onherroepelijke veroordeling, die op het moment van de procedure nog niet bestond.
Het hof gelast [appellant sub 2] de bankgarantie aan Dalkia af te geven en veroordeelt tot betaling van een dwangsom bij niet-naleving. Daarnaast wordt Dalkia verplicht een zekerheid van €350.000 te stellen ten behoeve van Gédébé Holding. De proceskosten worden gecompenseerd en het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof past het beslagbedrag aan, vernietigt de teruggave van de bankgarantie en gelast afgifte daarvan aan Dalkia met dwangsom, en stelt zekerheid van €350.000 door Dalkia.