ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ3333
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Beroep op opschortingsrecht bij gebrekkige loodgieterswerkzaamheden en gevolgschade
Appellant vordert opschorting van betaling aan geïntimeerde, aan wie de vordering van een aannemer is gecedeerd, wegens gevolgschade door gebrekkige loodgieterswerkzaamheden. Het hof stelt vast dat de contracten nog steeds gelden tussen appellant en de oorspronkelijke aannemer, en dat de cessie slechts de vordering tot betaling betreft, niet de contractsovername.
Het hof benadrukt dat appellant moet bewijzen dat de aannemer toerekenbaar tekort is geschoten en dat daardoor schade is ontstaan. De gebreken aan de installaties zijn hersteld en goedgekeurd, maar de omvang van gevolgschade wordt betwist. Het hof wijst appellant op de noodzaak om schadeoorzaken en omvang nader te specificeren en te onderbouwen, mogelijk met een deskundigenbericht, hoewel dat door tijdsverloop lastig kan zijn.
Verder wijst het hof het beroep op verrekening af wegens onvoldoende vaststelling van gegrondheid. Het hof handhaaft het eerdere oordeel dat het beroep op opschorting jegens de gecedeerde vordering mogelijk is, mits aan bewijsvoorwaarden wordt voldaan. De procedure tussen appellant en de aannemer blijft onverminderd van kracht en kan de opschorting beëindigen. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en specificatie.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en specificatie van schade, met behoud van het opschortingsrecht jegens de gecedeerde vordering.