ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ3545
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- E.S.G.N.A.I. van de Griend
- H. Harmsen
- A.H.Q. Goossens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens strijdigheid Wet BPM met EG-verdrag en herstelbeleid
In deze zaak stond de vervolging van verdachte centraal wegens het niet tijdig doen van aangifte BPM voor een personenauto met buitenlands kenteken in 2002. Het hof oordeelde dat artikel 1, vijfde lid, van de Wet BPM 1992 in strijd is met de artikelen 49 tot en met 55 van het EG-verdrag, omdat het volledige heffen van registratiebelasting bij aanvang gebruik zonder rekening te houden met duur of vrijstelling niet verenigbaar is met het EG-recht.
Daarnaast stelde het hof vast dat het beleid van de Staatssecretaris, dat een eenmalige herstelmogelijkheid per auto voorschrijft, niet was nageleefd. Verdachte had op het moment van staande houding geen waarschuwing of informatieformulier ontvangen betreffende de specifieke auto, terwijl dat volgens het herstelbeleid wel had moeten gebeuren.
Gelet op deze strijdigheid en het niet naleven van het herstelbeleid, concludeerde het hof dat het openbaar ministerie niet tot vervolging had mogen overgaan. Daarom werd het vonnis van de politierechter vernietigd en het OM niet-ontvankelijk verklaard. De door verdachte gevoerde overige verweren behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging wegens strijdigheid van de Wet BPM met het EG-verdrag en het niet naleven van het herstelbeleid.