ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ3914
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtmatigheid van geheven overdrachtsbelasting bij onroerendgoedtransactie tussen vennoten
Belanghebbende deed op 27 juni 2001 aangifte van verkrijging van onroerende zaken te Y en betaalde daarop ƒ 72.000 aan overdrachtsbelasting. Na bezwaar wees de Inspecteur teruggaaf af. Belanghebbende stelde dat het economisch belang altijd bij hem lag en dat daarom geen overdrachtsbelasting verschuldigd was.
De onroerende zaken waren oorspronkelijk gekocht door de vennoten X en H in hun hoedanigheid als vennoten van de vennootschap onder firma Tuincentrum K V.O.F. De levering van de onroerende zaken aan X vond plaats na een overeenkomst waarbij H zijn aandeel overdroeg aan X. De rechtbank stelde vast dat het belang en de economische waarde van het vastgoed toebehoorde aan beide vennoten gezamenlijk, en dat de overdracht van H aan X daadwerkelijk had plaatsgevonden.
Het hof oordeelde dat de overdrachtsbelasting terecht was geheven omdat de wettelijke vrijstelling voor overdracht tussen broers die ondernemers zijn pas in 2006 van kracht werd en niet met terugwerkende kracht gold. Ook andere rechtsbeginselen boden geen grond voor vrijstelling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet aan een partij toegewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de overdrachtsbelasting terecht is geheven.