ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ3932
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Grapperhaus
- De Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsovereenkomst vanaf 16 oktober 2001 en toewijzing schadevergoeding wegens onregelmatig ontslag
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen appellant en geïntimeerde reeds op 16 oktober 2001 was aangevangen, ondanks dat de schriftelijke overeenkomst een aanvangsdatum van 1 november 2001 vermeldde. Appellant stelde dat hij op 16 oktober 2001 daadwerkelijk aan het werk was gegaan op basis van een mondelinge afspraak, hetgeen door diverse getuigen en bewijsstukken werd ondersteund.
Het hof heeft de verklaringen van appellant, zijn vader en andere getuigen zorgvuldig gewogen en geconcludeerd dat het bewijs voldoende is om aan te nemen dat de arbeidsovereenkomst inderdaad op 16 oktober 2001 is ingegaan. Tegenbewijs van geïntimeerde werd als minder overtuigend beoordeeld. Hierdoor werd vastgesteld dat het ontslag op 29 november 2001 na de proeftijd plaatsvond.
Vervolgens werd de vordering tot schadevergoeding wegens onregelmatig ontslag toegewezen voor de periode tot 1 april 2002, inclusief loon, vakantietoeslag en wettelijke rente. De proceskosten werden aan geïntimeerde opgelegd. Het hof wees het overige af en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst begon op 16 oktober 2001 en werknemer kreeg een schadevergoeding wegens onregelmatig ontslag toegekend.