ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ3942
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Aarts
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnissen over beëindiging dienstverband en afwijzing schadevergoeding werkgever
In deze zaak stond de beëindiging van het dienstverband tussen werknemer en werkgever centraal, waarbij de werkgever stelde dat de werknemer onregelmatig ontslag had genomen en daarom een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd was.
De kantonrechter had eerder het dienstverband ontbonden en de vorderingen van de werknemer afgewezen, terwijl de vorderingen van de werkgever tot betaling van schadevergoeding werden afgewezen omdat zij niet kon bewijzen dat de werknemer onregelmatig ontslag had genomen. De werkgever stelde in hoger beroep dat de werknemer zijn rechten had verwerkt en dat het ontslag wel degelijk onregelmatig was.
Het hof verwierp het beroep op rechtsverwerking en oordeelde dat de inhouding van de schadevergoeding door de werkgever onterecht en voorbarig was. Bovendien mocht de werkgever haar bewijsaanbod niet alsnog doen, omdat zij het ontslag feitelijk had aanvaard in een brief van 15 juli 2003. Hierdoor kon zij geen gefixeerde schadevergoeding meer vorderen.
Het hof bekrachtigde de vonnissen van de kantonrechter en veroordeelde de werkgever in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de werkgever tot betaling van gefixeerde schadevergoeding af en bekrachtigt de vonnissen van de kantonrechter.