ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ3968
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Spoor
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot overleg over werkhervatting bij derden ondanks arbeidsongeschiktheid na seksuele intimidatie
In deze zaak staat centraal of een werknemer die na arbeidsongeschiktheid wegens seksuele intimidatie op het werk verplicht is mee te werken aan overleg over werkhervatting bij een andere werkgever. De werknemer, sinds 1 juli 2000 in dienst als chauffeur, meldde zich arbeidsongeschikt en werd door de bedrijfsarts geschikt geacht voor eigen werk bij derden, maar niet bij de huidige werkgever vanwege een situatieve component.
De werknemer weigerde echter te reageren op verzoeken tot overleg over werkhervatting elders, wat door de werkgever werd aangemerkt als weigering tot medewerking aan het re-integratieproces. De kantonrechter wees de loonvordering na 1 juli 2003 af wegens het ontbreken van een deskundigenverklaring, maar het hof stelde vast dat die verklaring niet vereist was omdat de bedrijfsarts geen oordeel gaf dat de werknemer haar functie niet kon uitoefenen.
Het hof oordeelde dat de werknemer ondanks haar arbeidsongeschiktheid gehouden was tot overleg over werkhervatting bij derden. Haar weigering tot overleg was een gegronde reden voor de werkgever om de loonbetalingen op te schorten. Het hoger beroep van de werknemer faalde, en het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, waarbij de werknemer werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de werknemer verplicht is tot overleg over werkhervatting bij derden en wijst de loonvordering na 1 juli 2003 af wegens weigering tot overleg.