ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ3975
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Grapperhaus
- Spoor
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen ex art. 6:108 BW na arbeidsongeval met dodelijke afloop
In deze zaak stond een arbeidsongeval centraal waarbij de zoon van eiseres, werkzaam bij geïntimeerde, dodelijk werd getroffen door stalen platen tijdens het bedienen van een bovenloopkraan. Eiseres vorderde schadevergoeding op grond van art. 6:108 BW Pro, waaronder levensonderhoud, begrafeniskosten en diverse overige posten.
De kantonrechter wees de vorderingen af, stellende dat geïntimeerde had voldaan aan haar zorgplicht en eiseres onvoldoende tegenbewijs had geleverd. Het hof bevestigde dit oordeel en wees de vorderingen eveneens af, waarbij het hof ook voorlopig oordeelde dat geïntimeerde mogelijk niet volledig aan haar zorgplicht had voldaan, maar dat dit niet tot toewijzing van schadevergoeding leidde vanwege onvoldoende onderbouwing van de schadeposten.
Het hof overwoog dat de kosten van levensonderhoud onvoldoende waren onderbouwd, dat de begrafeniskosten reeds waren voldaan, en dat andere posten zoals kleding, kopieën en telefoonkosten niet onder art. 6:108 BW Pro vallen. Tevens werd eiseres veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over een deel van de proceskosten en tot vergoeding van de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van eiseres ex art. 6:108 BW af wegens onvoldoende onderbouwing en reeds voldane begrafeniskosten.