ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ4044
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Vermeulen
- Pellis
- Werker
- Rechtspraak.nl
Geschil over borgstelling en zorgplicht bank jegens borg bij kredietovereenkomst
In deze zaak staat centraal de borgstelling van appellant voor een krediet van Conesco B.V. bij ABN AMRO Bank. Appellant stelde zich borg voor een bedrag van 1,5 miljoen gulden en betwistte later de vordering van de bank op grond van een vermeende nadere overeenkomst waarbij hij zou zijn ontslagen uit de borgtocht. Daarnaast stelde appellant dat de bank haar zorgplicht jegens hem als borg had geschonden.
De feiten betreffen onder meer de financiële situatie van Conesco, de rol van appellant als indirect bestuurder via Première Holland B.V., en de diverse overeenkomsten en correspondentie tussen partijen over herstructurering, aandelenoverdracht en aflossing van leningen. De financiële herstructurering is niet doorgegaan, waardoor de borgstelling niet is komen te vervallen.
Het hof oordeelt dat appellant als niet-particuliere borg moet worden aangemerkt en dat de bijzondere beschermingsbepalingen voor particuliere borg niet van toepassing zijn. Het beroep op vernietiging van bepalingen in de borgstellingsovereenkomst faalt. Ook het beroep op schending van de zorgplicht wordt verworpen, mede omdat appellant niet tijdig zijn belangen heeft veiliggesteld en de bank de gedwongen verkoop van voorraden en inventaris met toestemming van de rechter-commissaris heeft laten plaatsvinden.
De grieven van appellant falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Breda. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van het borgstellingsbedrag en proceskosten.