ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ4103
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Harmsen
- A. de Lange
- M. Malsch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid
De veroordeelde was eerder veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank had een gevangenisstraf van 21 maanden opgelegd. In hoger beroep werd de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde getoetst.
De advocaat-generaal stelde dat de veroordeelde voordeel had genoten uit soortgelijke strafbare feiten, waaronder een ramkraak en een diefstal door braak, en vorderde betaling van een bedrag van EUR 765,-- aan de Staat. Het hof oordeelde echter dat uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende aanwijzingen naar voren kwamen dat de veroordeelde bij deze feiten betrokken was.
Het hof stelde vast dat de strafbare feiten in wisselende samenstellingen werden gepleegd en dat onvoldoende bewijs bestond voor aanwezigheid van de veroordeelde bij de genoemde delicten. Ook was niet vastgesteld welk economisch voordeel de veroordeelde uit deze feiten zou hebben genoten. Daarom wees het hof de vordering tot ontneming af.
Uitkomst: Vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid.