ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ5122
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Venhuizen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Geen verstekverlening wegens ontbreken bewijs verzending dagvaarding hoger beroep
In deze civiele zaak betreft het hoger beroep de financiële afwikkeling van het huwelijk tussen partijen. De vrouw woont sinds 1998 feitelijk in de gezamenlijke woning op Cyprus, dat sinds 2004 lidstaat is van de EU. De dagvaarding in hoger beroep werd betekend aan de advocaat van de vrouw in Rotterdam.
Volgens artikel 63 lid 1 Rv Pro en de Europese Betekeningsverordening moet de betekening aan de advocaat gevolgd worden door verzending aan de ontvangende instantie binnen veertien dagen. De man heeft echter nagelaten bewijs te leveren dat deze verzending heeft plaatsgevonden binnen de gestelde termijn.
Ook is niet gebleken dat de vrouw ten tijde van de dagvaarding of binnen veertien dagen daarna niet meer op het adres in Cyprus woonde of zonder bekende verblijfplaats was. Hierdoor kan het hof geen verstek verlenen.
Het hof constateert mogelijk een misverstand tussen de advocaat van de man en de griffier over de betekening. Daarom krijgt de man nog een laatste kans om aan te tonen dat de verzending van de dagvaarding aan de ontvangende instantie heeft plaatsgevonden. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 14 februari 2006 voor het nemen van een akte.
Uitkomst: Verstek wordt niet verleend omdat de man niet heeft aangetoond dat de dagvaarding correct en tijdig is verzonden; zaak aangehouden voor nadere bewijslevering.