ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ6983
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Kranenburg
- Bijleveld-van der Slikke
- Van Teeffelen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en ontvankelijkheid bij verzoek onderhoudsbijdrage voogd voor minderjarige
In deze civiele zaak staat het verzoek centraal om een onderhoudsbijdrage vast te stellen ten behoeve van een minderjarige, R, na het overlijden van diens moeder, die het ouderlijk gezag uitoefende. De voogd, benoemd door testament en erkend door de rechtbank, wenst namens R een bijdrage van de vader te vorderen. Het hof oordeelt dat dit verzoek een nieuwe procedure betreft, los van het eerdere verzoek van de moeder.
Het hof stelt dat het verzoek van de voogd niet onder de bevoegdheid van het hof valt, omdat er geen sprake is van prorogatie zoals bedoeld in artikel 329 Rechtsvordering Pro. Hierdoor is alleen de rechtbank in eerste aanleg bevoegd om kennis te nemen van dit verzoek. Tevens verklaart het hof de voogd niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor de periode voorafgaand aan het overlijden van de moeder, omdat alleen alle erfgenamen gezamenlijk of één gemachtigde erfgenaam de procedure kan voortzetten.
De zaak wordt daarom terugverwezen naar de rechtbank 's-Hertogenbosch. Het hof bevestigt dat de voogd als zelfstandige procespartij optreedt en dat haar verzoek een nieuw verzoek vormt, waarvoor de normale procedure bij de rechtbank moet worden gevolgd.
Uitkomst: Het hof verklaart de voogd niet-ontvankelijk in hoger beroep en verwijst het nieuwe verzoek naar de rechtbank wegens onbevoegdheid.