ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ7005

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
19 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C200500172
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Etten
  • Den Hartog Jager
  • Van den Bergh
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling en toewijzing servicekosten 2002 na hoger beroep

In deze zaak stond de afrekening van servicekosten over het jaar 2002 centraal tussen twee besloten vennootschappen. Na een tussenarrest van 7 maart 2006 kreeg eiseres in conventie de gelegenheid om aanvullende bewijsstukken in te brengen. Zij bracht een overzicht met uitgebreide toelichting en onderliggende facturen in het geding.

De wederpartij zag af van een reactie op deze bewijsstukken, waardoor het hof concludeerde dat er geen verzet meer was tegen de berekening van de servicekosten door eiseres. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover de vordering van eiseres was afgewezen en wees de vordering toe tot een bedrag van €1.279,-. Voor het overige werd de vordering afgewezen.

Het hof liet de proceskostenveroordeling van de eerste aanleg in stand en veroordeelde eiseres in de kosten van het hoger beroep, waarbij de kosten aan de zijde van de wederpartij werden begroot op €244,- voor verschotten en €1.158,- voor salaris procureur. De veroordelingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Vordering servicekosten 2002 toegewezen tot €1.279,-; overige vordering afgewezen.

Uitspraak

C0500172/HE
ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,
zevende kamer, van 19 september 2006,
gewezen in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X.],
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante in principaal appel,
geïntimeerde in incidenteel appel,
hierna te noemen: [X.],
procureur: mr. C.M. van der Corput,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Y.],
gevestigd te [vestigingplaats],
geïntimeerde in principaal appel,
appellante in incidenteel appel,
hierna te noemen: [Y.],
procureur: mr. J.E. Lenglet,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 7 maart 2006 in het hoger beroep van het door de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Eindhoven gewezen vonnis van 25 november 2004 tussen [X.] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie, en [Y.] als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie.
6. Het tussenarrest van 7 maart 2006
Bij genoemd arrest heeft het hof [X.] in de gelegenheid gesteld schriftelijke bewijsstukken in het geding te brengen en is iedere verdere beslissing aangehouden.
7. Het verdere verloop van de procedure
[X.] heeft een memorie na tussenarrest genomen en daarbij producties in het geding gebracht.
[Y.] heeft afgezien van het nemen van een antwoordmemorie.
Partijen hebben de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.
8. De verdere beoordeling
in principaal en incidenteel appel
8.1. In het tussenarrest heeft het hof [X.] in de gelegenheid gesteld bewijsstukken in het geding te brengen met betrekking tot de afrekening servicekosten over het jaar 2002/2003.
8.2. [X.] heeft bij memorie na tussenarrest als productie 2 het reeds eerder in het geding gebrachte overzicht terzake van de servicekosten over (onder meer) het jaar 2002/2003 in het geding gebracht en dat overzicht thans voorzien van een uitgebreide toelichting en vergezeld doen gaan van de onderliggende facturen.
8.3. [Y.] heeft afgezien van een reactie op deze toelichting en de bewijsstukken; het hof concludeert hieruit dat [Y.] zich niet langer verzet tegen de berekening van [X.] van de servicekosten 2002/2003.
Het saldo van de nog te betalen servicekosten over dat jaar bedraagt € 1.279,-. De vordering van [X.] is in zoverre toewijsbaar.
8.4. Het voorgaande betekent dat de beslissing van de kantonrechter in conventie niet in stand kan blijven. Het hof zal die beslissing vernietigen en opnieuw rechtdoende de vordering van [X.] toewijzen tot een bedrag van € 1.279,-. Voor het overige wordt de vordering afgewezen.
8.5. Nu [X.] grotendeels in het ongelijk wordt gesteld zal het hof de proceskostenveroordeling van de eerste aanleg in stand laten. Dit betekent dat de vierde grief van [X.] geen doel treft.
Voor wat betreft het hoger beroep zal [X.] worden veroordeeld in de proceskosten als hierna te vermelden.
9. De uitspraak
Het hof:
op het principaal en incidenteel appel
vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend voorzover daarbij de vordering van [X.] in conventie is afgewezen en in zoverre opnieuw rechtdoende:
veroordeelt [Y.] om aan [X.] tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag te betalen van € 1.279,- (duizend tweehonderd en negenenzeventig euro);
wijst af hetgeen door [X.] meer of anders is gevorderd;
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor het overige;
veroordeelt [X.] in de kosten van het hoger beroep en begroot die kosten aan de zijde van [Y.] tot op heden op € 244,- voor verschotten en op € 1.158,- voor salaris procureur;
verklaart de voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Etten, Den Hartog Jager en Van den Bergh en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 19 september 2006.