ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ7647

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
7 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C200500501
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Koster-Vaags
  • Waaijers
  • Slootweg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 RvArt. 239 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling in proceskosten na intrekking vordering in hoger beroep

In deze zaak stond het hoger beroep van appellant tegen vonnissen van de rechtbank 's-Hertogenbosch centraal. Appellant had bij memorie van grieven twintig grieven aangevoerd en verzocht tot vernietiging van de vonnissen en het niet-ontvankelijk verklaren van geïntimeerde in diens vordering. Geïntimeerde bestreed deze grieven en vorderde instandhouding van de vonnissen met veroordeling van appellant in de proceskosten.

Na een bezwaarprocedure over vermeerdering van eis verklaarde de rolraadsheer het bezwaar van appellant ongegrond. Vervolgens heeft appellant zijn vordering tot vernietiging van de vonnissen ingetrokken, maar handhaafde zijn vordering tot veroordeling van geïntimeerde in de proceskosten van het hoger beroep.

Het hof oordeelde dat appellant, nu hij zijn vordering had ingetrokken, als de in het ongelijk gestelde partij moest worden beschouwd en veroordeelde hem tot betaling van de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van geïntimeerde. De proceskosten werden begroot op een totaal van €1.138,-.

Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep aan geïntimeerde.

Uitspraak

C0500501/HE
ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,
achtste kamer, van 7 november 2006,
gewezen in de zaak van:
[X.],
wonende te [woonplaats],
appellant bij exploot van dagvaarding
van 29 maart 2005,
procureur: mr. J. de Haan,
tegen:
[Y.],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde bij gemeld exploot,
procureur: mr. B.Th.H. Boomsma,
op het hoger beroep van de door de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch gewezen vonnissen van 7 september 2000, 18 november 2004 en 10 februari 2005 tussen appellant - [X.] - als gedaagde en geïntimeerde – [Y.] - als eiser.
Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 162071, rolnr. 5828/99)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. Bij memorie van grieven heeft [X.] 20 grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van de vonnissen waarvan beroep en, kort gezegd, tot het niet-ontvankelijk verklaren van [Y.] in zijn vordering, althans tot het ontzeggen van die vordering, met diens veroordeling in de proceskosten van beide instanties.
2.2. Bij memorie van antwoord heeft [Y.] onder aanvulling van de grondslag van zijn vordering de grieven bestreden en geconcludeerd tot het in stand laten van de bestreden vonnissen, met veroordeling van [X.] in de kosten van de procedure in beide instanties.
2.3. Na bezwaar van [X.] tegen de aanvulling van de grondslag van de vordering heeft de rolraadsheer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij beslissing van 25 oktober 2005 het bezwaar van [X.] tegen de vermeerdering van eis ongegrond verklaard.
2.4. Vervolgens heeft [X.] bij akte vermindering van eis zijn vordering tot vernietiging van de vonnissen waartegen beroep ingetrokken en verzocht om [Y.] te veroordelen in de proceskosten in hoger beroep.
Bij antwoordakte heeft [Y.] gesteld dat [X.] in zijn appel niet ontvankelijk dient te worden verklaard, met zijn veroordeling in de proceskosten in hoger beroep.
2.5. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.
3. De gronden van het hoger beroep
Nu [X.] te kennen heeft gegeven de vordering in hoger beroep in te trekken zijn ook de in de memorie van grieven aangevoerde gronden niet meer relevant.
4. De beoordeling
4.1. Bij akte heeft [X.] te kennen gegeven dat hij zijn appel wil intrekken en dat hij de vordering tot vernietiging van de vonnissen waartegen beroep intrekt.
Op deze vordering behoeft derhalve niet meer te worden beslist.
4.2. [X.] heeft zijn vordering tot veroordeling van [Y.] in de kosten van het hoger beroep gehandhaafd.
Hij stelt daartoe dat hij nooit in hoger beroep zou zijn gegaan indien [Y.] in deze procedure eerder onrechtmatige daad aan zijn vordering ten grondslag zou hebben gelegd. Hij meent dat [Y.] derhalve in de kosten van het hoger beroep dient te worden veroordeeld.
[Y.] heeft zich daartegen verweerd en heeft aangevoerd dat [X.] geen belang meer heeft bij zijn hoger beroep en veroordeeld dient te worden in de proceskosten in hoger beroep.
Hij had ook willen meewerken aan royement, indien de wederpartij de proceskosten in hoger beroep voor zijn rekening zou nemen.
4.3. Nu [X.] hoger beroep heeft ingesteld en na de genomen memorie van grieven en de memorie van antwoord zijn vordering tot vernietiging van de vonnissen waarvan beroep heeft ingetrokken, dient [X.] als de in het ongelijk gestelde partij te worden aangemerkt en te worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.
5. De uitspraak
Het hof:
verstaat dat [X.] zijn vordering in hoger beroep heeft ingetrokken;
veroordeelt [X.] in de proceskosten in hoger beroep, aan de zijde van [Y.] tot op heden begroot op € 244,-- wegens verschotten en op € 894,-- wegen salaris procureur.
Dit arrest is gewezen door mrs. Koster-Vaags, Waaijers, Slootweg en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 7 november 2006.