ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ7647
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Waaijers
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Veroordeling in proceskosten na intrekking vordering in hoger beroep
In deze zaak stond het hoger beroep van appellant tegen vonnissen van de rechtbank 's-Hertogenbosch centraal. Appellant had bij memorie van grieven twintig grieven aangevoerd en verzocht tot vernietiging van de vonnissen en het niet-ontvankelijk verklaren van geïntimeerde in diens vordering. Geïntimeerde bestreed deze grieven en vorderde instandhouding van de vonnissen met veroordeling van appellant in de proceskosten.
Na een bezwaarprocedure over vermeerdering van eis verklaarde de rolraadsheer het bezwaar van appellant ongegrond. Vervolgens heeft appellant zijn vordering tot vernietiging van de vonnissen ingetrokken, maar handhaafde zijn vordering tot veroordeling van geïntimeerde in de proceskosten van het hoger beroep.
Het hof oordeelde dat appellant, nu hij zijn vordering had ingetrokken, als de in het ongelijk gestelde partij moest worden beschouwd en veroordeelde hem tot betaling van de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van geïntimeerde. De proceskosten werden begroot op een totaal van €1.138,-.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep aan geïntimeerde.