ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ8566
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Kranenburg
- Lamers
- Van Arkel-Van Gasselt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake weigering medewerking DNA-onderzoek voor vaderschapsvaststelling
Geïntimeerde verzocht de rechtbank om vaststelling dat persoon 1 haar biologische vader is, waarvoor DNA-onderzoek noodzakelijk is. Appellante, zus van persoon 1, weigerde medewerking aan het afnemen van DNA-materiaal, wat leidde tot een kort geding waarin de voorzieningenrechter haar medewerking beval.
In hoger beroep betwistte appellante de onrechtmatigheid van haar weigering, met het argument dat DNA-afname een inbreuk vormt op haar lichamelijke integriteit. Het hof erkent het belang van geïntimeerde bij vaderschapsvaststelling, maar stelt dat eerst moet worden onderzocht of minder belastende bewijsmiddelen beschikbaar zijn.
Omdat geïntimeerde niet heeft aangetoond dat dergelijke alternatieven ontbreken, kan zij op dit moment geen medewerking van appellante vorderen. Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover het appellante betreft en wijst de vordering af. Geïntimeerde wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vordering tot medewerking aan DNA-onderzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat minder belastende alternatieven ontbreken.