ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ8627
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Gründemann
- Pouw
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen faillissementsvonnis wegens ontbreken tijdig hoger beroep
PSI werd bij vonnis van 16 augustus 2006 door de rechtbank 's-Hertogenbosch in staat van faillissement verklaard op verzoek van CRH Fencing Ltd. PSI stelde zich op het standpunt dat zij niet tijdig was opgeroepen en betwistte het bestaan van de vordering van CRH. Zij stelde dat de rechtbank niet bevoegd was en dat zij niet gehoord was, waardoor geen behoorlijke rechtsgang had plaatsgevonden. PSI stelde zich op het standpunt dat zij geen koopovereenkomst met CRH had gesloten, maar een huurovereenkomst met HERAS, een divisie van CRH.
De rechtbank verklaarde het verzet van PSI tegen het faillissementsvonnis ongegrond. Het hof oordeelde dat het vonnis van 16 augustus 2006 geen verstekvonnis was, omdat PSI zich via haar procureur had laten vertegenwoordigen en verweer had gevoerd. PSI had dus geen verzet maar hoger beroep moeten instellen. Omdat PSI dit niet tijdig had gedaan, werd zij niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep.
Het hof vernietigde het vonnis van 6 september 2006 dat het verzet ongegrond verklaarde en verklaarde PSI niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen het faillissementsvonnis van 16 augustus 2006. Het hof overwoog dat het onvoldoende horen van de schuldenaar in eerste aanleg niet automatisch leidt tot vernietiging van het faillissement, omdat het hoger beroep dit kan corrigeren. Het hof verwierp ook het beroep op onbevoegdheid van de rechtbank en bevestigde dat CRH als schuldeiser kon worden aangemerkt.
Uitkomst: PSI is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen het faillissementsvonnis van 16 augustus 2006 en het vonnis van 6 september 2006 is vernietigd.