ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ9172
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Grapperhaus
- Spoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering werknemer op grond van mondelinge arbeidsovereenkomst
In deze civiele zaak vordert werknemer betaling van loon over de periode van 1 april 2002 tot 1 juni 2003 op grond van een mondelinge arbeidsovereenkomst met werkgever. De kantonrechter oordeelde dat werknemer niet had bewezen werkzaamheden te hebben verricht tussen 1 juli en 1 oktober 2002 en wees de loonvordering over die periode af, maar kende loon toe over de periode van 1 oktober 2002 tot 1 juni 2003.
Beide partijen gingen in hoger beroep tegen dit vonnis. Het hof bevestigde dat werknemer vanaf 1 juli 2002 in dienst was, maar stelde vast dat werknemer niet had bewezen in de periode van 1 juli tot 1 oktober 2002 werkzaamheden te hebben verricht. De loonvordering over die periode werd dan ook terecht afgewezen.
Verder stond het hof werkgever toe bewijs te leveren dat werknemer zijn loon over de periode van 1 oktober 2002 tot 1 juni 2003 contant per dag had ontvangen, hetgeen werknemer betwistte. Het hof bepaalde dat getuigenverklaringen hierover zullen worden gehoord en hield verdere beslissing aan. De arbeidsovereenkomst werd als uitgangspunt genomen, waarbij de toepasselijkheid van de CAO Horecabedrijf werd erkend.
Uitkomst: Het hof bevestigt het bestaan van de arbeidsovereenkomst en wijst loon toe vanaf 1 oktober 2002, maar staat bewijslevering toe over contante loonbetaling.