ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ9453
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Theuws
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep huur bedrijfsruimte: ontvankelijkheid en toepasselijk huurregime
Huurder huurt sinds 1 mei 2000 bedrijfsruimte van verhuurder voor vijf jaar. Verhuurder zegde de huurovereenkomst op per 30 april 2005 en kondigde ontruiming aan. Huurder startte een procedure op grond van artikel 7:230a BW en stelde primair dat artikel 7:290 BW Pro van toepassing was. De kantonrechter wees het primaire verzoek af en hield de zaak aan.
In hoger beroep bracht huurder de zaak ten onrechte in via dagvaarding zonder grieven, waarna het hof de procedure verwees naar de verzoekschriftsector. Huurder diende later alsnog grieven in, maar het hof oordeelde dat deze niet tijdig waren ingediend en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Het hof overwoog dat het huurregime van artikel 7:230a BW van toepassing is, omdat het gehuurde niet in overwegende mate werd gebruikt voor bedrijfsuitoefening zoals bedoeld in artikel 7:290 BW Pro. De wijziging van het verzoek tot verklaring voor recht was toelaatbaar, maar kon niet leiden tot ontvankelijkheid in hoger beroep.
Het hoger beroep werd afgewezen en huurder werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hoger beroep van huurder wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van grieven en het huurregime van artikel 7:230a BW is van toepassing.