ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ9580
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Grapperhaus
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst na langdurige arbeidsongeschiktheid en zorgplicht werkgever
De zaak betreft het hoger beroep van werknemer tegen de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst door de kantonrechter na twee jaar arbeidsongeschiktheid. Werknemer was sinds juni 2002 arbeidsongeschikt en Norma BV betaalde het loon een jaar door. Daarna stopte de loonbetaling en vorderde Norma BV ontbinding op grond van artikel 7:686 BW Pro wegens niet-nakoming.
Het hof oordeelt dat ziekte in het algemeen geen toerekenbare tekortkoming is en ontbinding op deze grond niet is toegestaan. De wetsgeschiedenis en jurisprudentie bevestigen dat ontbinding wegens ziekte slechts bij ernstige wanprestatie mogelijk is, wat hier niet is gesteld. Werknemer stelde dat Norma BV onvoldoende passende arbeid bood en reïntegratie-inspanningen verrichtte, maar dit werd verworpen.
Wel oordeelt het hof dat Norma BV onvoldoende heeft voldaan aan haar zorgplicht op grond van artikel 7:658 BW Pro. Uit een risico-inventarisatie bleek dat fysieke belasting prioriteit had, maar Norma BV heeft niet toegelicht waarom zij niet eerder maatregelen trof. Hierdoor is zij aansprakelijk voor de door werknemer geleden schade. De zaak wordt verwezen naar een schadestaatprocedure en een comparitie ter minnelijke regeling wordt gepland.
Werknemer vordert daarnaast ontbinding op grond van artikel 7:685 BW Pro, maar het hof verklaart deze vordering niet-ontvankelijk wegens gebrekkige procedurele naleving. Het hoger beroep leidt tot afwijzing van de ontbinding en toewijzing van aansprakelijkheid werkgever voor schadevergoeding.
Uitkomst: Het hof wijst de ontbinding van de arbeidsovereenkomst af en stelt werkgever aansprakelijk voor schade wegens tekortschieten in zorgplicht.