ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ9585
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Spoor
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen kennelijk onredelijk ontslag wegens bedrijfsbeëindiging
De werkneemster, met een dienstverband van 19 jaar in een voormalig familiebedrijf, vorderde schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag na bedrijfsbeëindiging. De kantonrechter wees de vordering af, waarna zij in hoger beroep ging.
Het hof overwoog dat de kantonrechtersformule slechts een richtlijn is voor ontbindingsvergoedingen bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst en niet zonder meer toepasbaar is op ontslag met toestemming van de CWI. Bij de beoordeling van kennelijk onredelijk ontslag moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden ten tijde van de opzegging, inclusief de financiële situatie van de werkgever.
De werkgever kampte met voortdurende verliezen en een negatief eigen vermogen, wat het ontslag noodzakelijk maakte. Pogingen om de werkneemster elders te plaatsen waren vruchteloos. Het hof vond dat het ontbreken van een vergoeding niet tot kennelijk onredelijk ontslag leidt, mede gelet op de bedrijfseconomische omstandigheden en het feit dat de werkneemster tijdig op de hoogte was gesteld en gelegenheid kreeg om te solliciteren.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de werkneemster in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.