ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ9594
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koster-Vaags
- Aarts
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering wegens arbeidsongeschiktheid vrachtwagenchauffeur
Werknemer, werkzaam als internationaal vrachtwagenchauffeur, viel op 26 september 2002 uit wegens pijnklachten aan zijn rechterzij. Na een korte werkhervatting op 14 oktober 2002 meldde hij zich opnieuw ziek met dezelfde klachten. De bedrijfsarts verklaarde werknemer per 18 oktober 2002 arbeidsgeschikt, maar het UWV oordeelde anders en stelde dat werknemer arbeidsongeschikt was vanaf september 2002.
Werkgever betaalde het salaris over de periode 18 oktober 2002 tot 13 januari 2003 niet, waarna werknemer een loonvordering instelde. De kantonrechter wees de vordering af op basis van een deskundigenrapport dat geen objectieve oorzaak voor de klachten vond en concludeerde dat werknemer niet arbeidsongeschikt was.
Het hof stelde echter vast dat het deskundigenrapport onvoldoende weerlegging bood van de duidelijke medische rapporten van de huisarts en UWV-arts. Het hof concludeerde dat werknemer vanaf 18 oktober 2002 arbeidsongeschikt was en dat werkgever onvoldoende had onderbouwd dat passend werk was aangeboden. Daarom werd de loonvordering toegewezen, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
Uitkomst: Het hof veroordeelt werkgever tot betaling van achterstallig salaris, rente, incassokosten en proceskosten wegens arbeidsongeschiktheid werknemer vanaf 18 oktober 2002.