ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ9617
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over voortijdige beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte en bewijswaardering
In deze zaak staat centraal of verhuurder heeft ingestemd met de voortijdige beëindiging van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte per 1 september 2003. Huurder had de gehuurde winkelruimte op 2 september 2003 ontruimd en de sleutels aan verhuurder overhandigd. Verhuurder vorderde betaling van huur over de periode van 1 september 2003 tot en met 31 mei 2004, welke deels door de kantonrechter werd afgewezen.
Het hof heeft het bewijs onderzocht dat partijen in mei 2003 mondeling overeenkwamen de huurovereenkomst per 1 september 2003 te beëindigen. Op basis van getuigenverklaringen van huurder, diens echtgenote en een derde getuige acht het hof dit bewezen. De ontkennende verklaring van verhuurder werd niet geloofwaardig bevonden, mede omdat verhuurder geen onderbouwing gaf voor zijn stelling dat de verklaringen onwaar zouden zijn.
Het hof oordeelt dat een mondelinge beëindigingsovereenkomst rechtsgeldig is, ook zonder schriftelijke bevestiging, en dat het ontbreken van een schriftelijke vastlegging niet afdoet aan de waarde van het bewijs. De vordering van verhuurder tot betaling van huur na 1 september 2003 wordt daarom afgewezen. Daarnaast faalt de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Verhuurder wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de huurvordering over de periode na 1 september 2003 af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.