ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ9631
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid executierechter bij dwangsom en misbruik van recht
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de executierechter bevoegd is om een dwangsom, opgelegd door de voorzieningenrechter in kort geding, op te heffen of te verminderen. De voorzieningenrechter had de man veroordeeld om inzage te geven in financiële bescheiden onder dreiging van een dwangsom. De man stelde dat hij daaraan had voldaan of daartoe niet in staat was en vorderde opheffing of vermindering van de dwangsom.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 611d Rv alleen de voorzieningenrechter die de dwangsom heeft opgelegd bevoegd is om deze te wijzigen. Het hof trad op als executierechter en kon daarom niet inhoudelijk oordelen over de primaire vordering tot opheffing of vermindering van de dwangsom. Het hof verwees naar eerdere jurisprudentie die dit bevestigt.
Ten aanzien van de subsidiaire vordering over misbruik van recht en strijd met redelijkheid en billijkheid oordeelde het hof dat zolang de voorzieningenrechter de dwangsom niet had gewijzigd, moest worden aangenomen dat de man in staat was aan het vonnis te voldoen en dat de executie van de dwangsom niet als misbruik kon worden aangemerkt. Het hof gaf partijen gelegenheid om zich nader uit te laten en verwees de zaak naar de rol.
De uitspraak benadrukt het belang van de juiste procedurele weg bij dwangsommen en bevestigt dat de executierechter niet bevoegd is om dwangsommen te wijzigen. De zaak blijft open voor nadere behandeling over misbruik van recht en de uitvoering van de dwangsom.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat alleen de voorzieningenrechter bevoegd is om de dwangsom te wijzigen en verwijst de zaak terug voor nadere toelichting.