ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ9926
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- P.A.M. Hendriks
- F.J.M. Walstock
- A.H. Klip
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag wegens niet vervolgen mishandeling en weigering aangifte
Klager deed op 22 juli 2005 aangifte van lichamelijke en psychische mishandeling door medewerkers van de Penitentiaire Inrichting ‘De Leuvense Poort’ op 5 juni 1999. De officier van justitie besloot de zaak niet te vervolgen wegens verjaring. Klager diende daarop een klaagschrift in bij het hof met het verzoek tot vervolging. Daarnaast klaagde klager over het niet vervolgen van politieambtenaren wegens het weigeren om een aangifte op te nemen.
Het hof oordeelde dat klager ontvankelijk was in zijn beklag over het niet vervolgen van politieambtenaren, mede omdat de advocaat-generaal zich in raadkamer over de klacht kon uitlaten. Ten aanzien van de mishandeling door de PIW’ers stelde het hof vast dat de verjaringstermijn van zes jaar was verstreken en dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig was om vervolging te bevelen.
Ook voor het onderdeel van het beklag over het niet vervolgen van politieambtenaren wegens weigering aangifte op te nemen, vond het hof onvoldoende bewijs voor een strafbaar feit. Verder onderzoek werd niet verwacht tot nieuwe bewijsvoering. Het hof wees daarom het beklag af.
De uitspraak werd gedaan op 28 februari 2006 door mr. P.A.M. Hendriks als voorzitter, met raadsheren F.J.M. Walstock en A.H. Klip, in aanwezigheid van griffier mr. L.A.H. Tappenbeck.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af wegens onvoldoende bewijs en verjaring van de mishandeling.